Opening gedenkplaats Kapucijnen

Gepubliceerd op: 15-5-2014 om 20:34 door WvdV.

VELP (GRAVE) - Op het kerkhof van het Emmausklooster is een gedenkplaats opgericht, die vandaag officieel is geopend.

De gedenkplaats is een blijvend aandenken aan de bijna duizend Kapucijnen, die  sinds de oprichting van de Nederlandse provincie in 1882 zijn overleden in Nederland, op Borneo en Sumatra, in Tanzania en Chili.

Voorafgaand aan de inzegening van de gedenkplaats vond in de kloosterkerk een bijeenkomst plaats, waar verschillende personen het woord voerden. Na een woord van welkom van provinciaal minister Piet Hein van der Veer ofm cap zongen de aanwezigen het 'Lied voor de overledenen'. Vervolgens maakte burgemeester Roolvink duidelijk waarom hij trots is dat het Emmausklooster en deze gedenkplaats zich op het grondgebied van zijn gemeente bevinden. Hij refereerde aan een boekje van Jacques Wijnen ofm cap, dat twintig jaar geleden verscheen onder de titel 'Emmaus-Velp; waar Kapucijnen de eeuwen overleven'. De auteur voorzag destijds dat het kloosterleven op die locatie op zou houden te bestaan, hetgeen inderdaad eind 2012 met het vertrek van de laatste Kapucijn is geschied. Maar in 1978 zijn de Kapucijnen in dit klooster een orientatiebeweging gestart voor degenen die zich aangesproken weten door Franciscus van Assisi en daar in hun leven iets mee willen doen. De burgemeester besloot zijn toespraak met het uitspreken van de hoop dat Emmaus Velp in de geest van de Kapucijnen de eeuwen zal overleven.

Piet Hein van der Veer ofm cap lichtte in zijn betoog toe wat er zo bijzonder is aan de plaats Velp, aan dit punt in de geschiedenis en aan het gezelschap hier bijeen: 'Alleen al het gebouw van het klooster en de omgeving ervan, laten je kennismaken met een geschiedenis die in de stenen en de ruimten is getrokken en daarmee verbonden is, wat er ook gebeurt. Het is al eeuwenlang een plaats waar Kapucijnen hebben gewerkt, gewoond, gebeden en een leven van eenvoud hebben beleefd.' Piet Hein van der Veer ofm cap noemde de gedenkplaats 'een eerbetoon aan al die Kapucijnen, stoere, gevoelige, strenge, lachende, biddende en rokende mannen die God zochten en als ze die gevonden hadden, de zoektocht naar God en zijn rijkdom doorgaven aan wie maar met hen in contact kwam'. Ook refereerde hij aan de mensen, die in Velp proberen voort te bouwen op de fundamenten, die door de Kapucijnen zijn gelegd: 'Wij willen hier in Velp een vuur aan leggen dat door anderen gedragen en doorgegeven wordt. Bescheiden op de achtergrond blijven wij van harte betrokken bij de nieuwe bewoners van het klooster, waarvoor wij verantwoordelijk blijven.' In de lijn van de  traditie van de Kapucijnen als religieuzen die via solidariteit en eenvoud de weg naar de mensen en naar God hebben gezocht nodigde hij bezoekers van de gedenkplaats er toe uit om niet enkel te zoeken naar een overledene, een naam of een bekende maar zich tegelijkertijd af te vragen hoe je zo eenvoudig mogelijk naar God kunt zoeken en zo dicht mogelijk bij de ziel kunt blijven van eenieder die men tegenkomt.

Piet van Asseldonk met zijn nieuwe boek

Tenslotte was het woord aan Piet van Asseldonk, auteur van het boek Kapucijnenarchitect Broeder Felix.’ Broeder Felix is de kloosternaam van Kees Baijens (1863-1942) uit Dennenburg. Hij stierf in Velp en ligt er ook begraven. Hij was een productieve en innovatieve self made architect, die in Nederland (onder meer) zeven  kapucijnenkloosters bouwde. Hoewel de meeste van zijn gebouwen er nu, meer dan honderd jaar later, nog staan, raakte broeder Felix toch in de vergetelheid en zelfs in de archieven is nauwelijks wat over hem bewaard. Hij is slechts één van de vele predikanten, missionarissen, aalmoezeniers en biechtvaders, portiers, koks, kosters, ziekenbroeders, kleermakers en tuinmannen, die de minderbroeders-kapucijnen in hun gelederen telden. Dat er nu bij wijze van voorbeeld een boek over broeder Felix ligt, is min of meer toevallig. Want Piet van Asseldonk  is 'toevallig' al jaren geïntrigeerd door deze kapucijnenarchitect. Hij werd geraakt door een foto van hem met 'die lieve, pientere, vaderlijke en wilskrachtige ogen van hem boven die woeste baard!' Op grond van zijn research concludeert Van Asseldonk dat broeder Felix van Dennenburg een deskundige en toegewijde vakman was: 'Hij volgde zijn roeping, bereikte dingen, betekende wat voor andere mensen , werkte, bouwde, bad en mediteerde. Hij is beslist één van die vele kloosterlingen die het meer van competenties en daden dan van  pretenties en woorden moesten en moeten hebben. Geen luie, ik-middelpuntige praatjesmakers met weinig in hun mars, maar mensen met stille idealen die gewone dingen deden voor andere mensen zonder zich op de borst te kloppen of zich daarop te laten voorstaan.'

Piet Hein van der Veer reikte de eerste twee exemplaren van het boek over broeder Felix uit aan burgemeester Roolvink en aan de auteur. Het samenzijn in de kerk werd afgesloten met het Zonnelied van Franciscus ('Geloofd zijt gij om zuster Dood - die nooit een sterv'ling buiten sloot van leed of loon in 't eeuwig leven'). Vervolgens toog het gezelschap naar de Gedenkplaats voor de inzegening.