SCP-rapport over godsdienstige ontwikkelingen

Gepubliceerd op: 28-4-2014 om 09:06 door . Bron: www.scp.nl

'S-GRAVENHAGE - Vandaag verschijnt de SCP-publicatie Geloven binnen en buiten verband. Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland.

Dit rapport biedt een beeld van de veranderingen die zich de
afgelopen decennia hebben voorgedaan in de levensbeschouwelijke opvattingen
en de kerkelijke betrokkenheid van de Nederlandse bevolking. Aan de orde komen
onder meer de godsdienstige positie van ons land vergeleken met andere landen,
de kerkbinding van de Nederlanders en hoe zij denken over God, over een leven
na de dood en over de interpretatie van de bijbel. Verder wordt aandacht besteed
aan de vraag of zij zichzelf typeren als een spiritueel mens en wat zij hieronder
verstaan.

Teruggang in de kerkelijkheid

De positie van de Nederlandse kerken is de afgelopen decennia over een breed
front sterk verzwakt. Dat blijkt om te beginnen uit de registers die de kerken zelf
bijhouden. Nog duidelijker komt de ontkerkelijking uit
enquêtecijfers naar voren. In 1970 rekende zich nog ruim 60% van de bevolking
tot een kerkgenootschap, in 1980 gold dit voor de helft, in 2012 voor nog maar
30% van de Nederlanders. Halverwege de jaren zestig ging de helft van de
Nederlanders wekelijks naar de kerk, halverwege de jaren tachtig was dit 17%,
inmiddels nog maar 10%. Vijftig jaar terug zag ruim een derde van de
Nederlanders in de dominee of pastoor een belangrijk aanspreekpunt bij
gewetensproblemen, inmiddels geldt dit voor nog geen 10%. Ook het vertrouwen
in de kerken is de afgelopen jaren sterk afgenomen.

Kerken blijven maatschappelijk van belang

Toch vormen de kerken in het hedendaagse Nederland in allerlei opzichten een
factor van belang. Als weinig andere organisaties slagen zij erin het grootste deel
van de in hun terrein geïnteresseerden te verenigen binnen hun organisatie: 60%
van degenen die zich als een religieus mens beschouwen, maakt deel uit van een
kerk. De kerken vormen verder een belangrijke bron van maatschappelijke inzet.
Het percentage vrijwilligers onder de regelmatige kerkgangers bedraagt het
tweevoudige van dat onder de buitenkerkelijken en mensen die nooit een kerk
bezoeken (respectievelijk 52% tegen 25%). Het gaat niet alleen om diensten die
men aan zijn kerk verleend. Ook bij seculier vrijwilligerswerk, dat niet gerelateerd
is aan een kerkelijke gemeenschap, zijn kerkgangers oververtegenwoordigd.

Afzonderlijke ontwikkeling bij de kerkjeugd

Terwijl de jeugd als geheel zich, net als de rest van de Nederlandse bevolking,
steeds meer verwijdert van de godsdienst en het kerkelijk leven, lijkt zich al sinds
meer dan tien jaar onder de kerkelijke jeugd (17-30 jaar) een omgekeerde
ontwikkeling voor te doen. In allerlei opzichten lijkt er bij haar sprake van een
revitalisering van de traditionele christelijke geloofstraditie. Van alle kerkleden
vinden we het hoogste percentage regelmatige kerkgangers onder de jonge
kerkleden (44% tegen 32% voor alle kerkleden). Vaker hebben zij veel
vertrouwen in de kerken (43% tegen 30% bij alle kerkleden) en zijn zij van
mening dat je je aan alle voorschriften van je kerk hebt te houden. Ook
beschouwen zij zich vaker als een gelovig of religieus mens, zien zij een sterk
geloof als belangrijkste waarde in het leven, geloven zij zonder twijfel in God en
onderschrijven zij alle kerkelijke leerstellingen (over de Bijbel, een leven na de
dood, de hemel, de hel, de duivel): 45% tegen 27% voor alle kerkleden. Die
tendens naar hertraditionalisering is in zowel protestantse als katholieke kring
waarneembaar, wel handhaven de protestantse jongeren in alle jaren een
duidelijk hoger niveau van christelijke orthodoxie.

Kerk en geloof vallen niet samen

Kerkelijkheid en gelovigheid vormen geen twee kanten van dezelfde medaille. In
de afgelopen decennia liep de kerkelijkheid duidelijk sneller terug dan het geloof
in een God of hogere macht of het zich beschouwen als een gelovig of religieus
mens. Meer dan vier op de tien buitenkerkelijken rekent zich niet tot de atheïsten
of agnosten, maar gelooft in een God of zoiets als een hogere macht. Vier op de
tien buitenkerkelijken onderschrijft minstens één kerkelijke leerstelling. Wel is het
waarschijnlijk dat begrippen als een leven na de dood, bidden of religieuze
wonderen door veel buitenkerkelijken niet in een traditioneel christelijke zin
worden opgevat. Het spiegelbeeld van religieus geïnteresseerde buitenkerkelijken
vormen niet gelovige of maar beperkt gelovige kerkleden. Die zijn vaker onder de
katholieken dan onder de protestanten te vinden.

‘Religieus’ en ‘spiritueel’

‘Zelfspiritualiteit’ – de overtuiging dat de zin van het leven ligt in de ontdekking
van je ware ik, je authentieke zelf – lijkt een kernelement van veel hedendaagse
spirituele belangstelling. De mening dat je de zin van het leven moet vinden in je
unieke innerlijke ervaring en het ontwikkelen van je eigen vermogens is
wijdverbreid. Momenteel blijken evenveel
Nederlanders zich als een spiritueel mens te zien als zich als een religieus mens
beschouwen (ruim 40%). De twee zelfomschrijvingen (spiritueel en religieus)
sluiten elkaar niet uit. Regelmatige kerkgangers zien zichzelf vaker als ‘beslist een
spiritueel mens’ en hebben zich ook vaker in spirituele onderwerpen verdiept.
Maar ze hebben minder op met magische denkbeelden (zoals astrologie,
helderziendheid, aura’s enz.) en ook zoeken zij de zin van het leven minder in hun
individuele persoonlijke ontplooiing. Ontkerkelijking betekent niet dat de
Nederlanders nergens meer in geloven. Zij betekent ook niet dat zij geen
belangstelling hebben voor spirituele onderwerpen. Vaak geven zij die op
individuele wijze vorm of in informele netwerken. Naast geloven binnen verband is
er ook veel geloven buiten verband.

SCP-publicatie 2014/10, Geloven binnen en buiten verband. Godsdienstige
ontwikkelingen in Nederland, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, april
2014, ISBN 978 90 377 0636 9, prijs € 22,50.
De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet-)boekhandel of te bestellen via de
website: www.scp.nl