'In dienst van de zieken'

Gepubliceerd op: 8-3-2014 om 21:45 door WvdV.

NUENEN - In de kapel van de broeders Sint Joannes de Deo in de Akkers vond vanmiddag de presentatie plaats van een studie over de geschiedenis van deze in verschillende opzichten bijzondere congregatie.

Dhr A. van der Steen is bestuursvoorzitter van de kerkelijke stichting Broeders Joannes de Deo Nederland, die de belangen van de broeders behartigt en tot taak heeft om de broeders te 'ontzorgen'. In zijn welkomstwoord attendeerde hij op het speciale karakter van de bijeenkomst: De Nederlandse regio zet zich vandaag voor het laatst op de kaart van religieus Nederland. Het is een soort afscheid, maar ook een eerbetoon aan al die mannen, die zich met hart en ziel hebben ingezet. Zij verdienen aandacht en waardering voor wat zij hebben gepresteerd.

Kerkhistoricus Peter Nissen plaatste in zijn inleiding het werk van de broeders in de christelijke  traditie van barmhartigheid en diaconie. Hij attendeerde op verschillende Bijbelfragmenten, waarin Jezus Christus de zieken nabij is. Barmhartigheid vormt ook een centraal element in het onderricht van Jezus van Nazareth. Exemplarisch is de parabel van de Barmhartige Samaritaan. In het contact met een zieke gaat het niet zozeer om de vraag wat geloof je dan?, maar om: wat doe je dan? Vervolgens ging hij in op diaconie als de grondgestalte van het ambt in de vroege christelijke gemeenschappen. Hij feliciteerde de broeders met het feit dat zij in de persoon van José Eijt een zeer vakbewaam historica hadden gevonden, iemand die haar sporen heeft verdiend in de geschiedschrijving van religieuze instituten en bovendien aan de wieg heeft gestaan van Stichting Echo.

José Eijt vertelde ter introductie dat in 1875  enkele broeders van Die Genossenschaft der Barmherzigen Brüder von Montabaur, opgericht in Duitsland in 1856, naar Nederland kwamen als gevolg van de Kulturkampf. Zij vorm­den het begin van de Nederlandse tak van de Vereniging van Broeders van Sint Joannes de Deo. De congregatie ontplooide veel activiteiten op het terrein van de ziekenzorg. Momenteel leven in Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten 33 broeders van Barmhartigheid van St Joannes de Deo, van wie er 12 tot de Nederlandse regio behoren. Eijt vertoonde een film daterend van begin jaren vijftig: Helpen, een plicht, een roeping. Het tijdsbeeld evenals de teksten van weleer (“De broeders zijn nog met u bezig, terwijl gij nog in het land der dromen vertoeft” ) riepen veel herkenning op. De auteur somde een aantal specifieke, deels unieke, kenmerken van de congregatie op.  Er is geen enkele andere broedercongregatie, die zich met (niet-psychiatrische) ziekenverpleging heeft bezig gehouden. De broeders verleenden zorg aan hulpbehoevenden in hun thuissituatie en in gasthuizen, die geleidelijk evolueerden tot zieken-, bejaarden- of verpleeghuizen. In tegenstelling tot de vrouwelijke religieuzen, die in groten getale in de gezondheidszorg hebben gewerkt,  waren de broeders steeds eigen baas in de instellingen, waarin zij werkten. De broeders hebben een tijdlang uitsluitend patienten van het mannelijk geslacht verpleegd. Eijt heeft tot haar spijt niet kunnen achterhalen waarom vrouwelijke religieuzen wel geacht werden om patienten van beiderlei kunne te verplegen, al zal dit ongetwijfeld verband houden met de visie op de vrouwelijke c.q. de mannelijke seksualiteit.

Volgens José Eijt had de dienst aan de zieken voor de broeders altijd prioriteit. Zij schuwde niet ook de schaduwkanten  van de congregatie te belichten. Zo kenden de broeders bijvoorbeeld een minder gereguleerd gemeenschapsleven dan andere congregaties, hetgeen sommigen zorgen baarde Decennialang is de Duitse invloed sterk geweest; pogingen om er een diocesane congregatie van te maken leden schipbreuk. Eijt vertelde over de wrijvingen tussen de ‘’vakbroeders’’ en de ‘’dienstbroeders’’, over grensoverschrijdend gedrag en over de pogingen om de broedergemeenschap te versterken. Zij lieten een professionele Roepingenfilm maken en openden in 1958 een juvenaat in Berg en Dal. Veel voormalige juvenisten bewaren aan hun verblijf aldaar nog altijd kostbare herinneringen. Het rendement voor de broedergemeenschap was echter niet  groot: van de 101 juvenisten is er een definitief broeder geworden.

De regionaal overste van de congregatie, broeder John Versluys, reikte de eerste exemplaren van het boek uit aan Monseigneur Hurkmans, aan generaal overste broeder Stephan Geissler, aan KNR-voorzitter broeder Cees van Dam en aan de congregatie-archivaris broeder Piet Bakker.

Monseigneur Hurkmans benadrukte in zijn toespraak dat de Nederlandse samenleving veel  te danken heeft aan de belangeloze inzet van generaties van religieuzen. Dankzij hen kon het katholieke volksdeel zich emanciperen. Volgens hem staan de broeders in dezelfde beweging van barmhartigheid, die ook paus Franciscus voorstaat en waarin het gaat om zorg en aandacht, juist voor de gebrekkigen, de zieken en de armen. Hoewel hij begreep dat de broeders deze bijeenkomst met gemengde gevoelens bijwonen bemoedigde hij hen door te attenderen op de trouw aan het geloof, die in de toekomst vruchten zal afwerpen.

Vervolgens reikte regionaal overste broeder John Versluys het boek uit aan alle broeders. Bestuursvoorzitter A. van der Steen besloot het officiele deel van het programma in de kapel met te benadrukken dat het meehelpen aan de opbouw van Zijn Rijk, zoals generaties van broeders van Barmhartigheid van St Joannes de Deo dat hebben gedaan, tot in lengte van dagen door zal gaan. Dit boek is een waardig monument voor de broeders, wier inzet ook toekomstige generaties kan inspireren.

José Eijt, In dienst van de zieken. Broeders van Barmhartigheid van St. Joannes de Deo 1875-2013. Hilversum Verloren 2014. ISBN 978-90-8704-395-7