Missie voltooid
CONGO - In 1965 werden in Congo 31 missionarissen vermoord, onder wie dertien Nederlanders.
De Andere tijden-aflevering ‘Moord op missionarissen’ (samenstelling: Godfried van Run), uit te zenden omdat het Wereldmissiemaand is, gaat terug naar 1964 en ’65, toen in Congo tientallen missionarissen werden vermoord.
De Belgische kolonie was in 1960 onafhankelijk geworden, waarna de grote mogendheden er de gang van zaken zo veel mogelijk probeerden te beïnvloeden: in 1961 werd premier Lumumba vermoord, en na jaren van instabiliteit zou Mobutu in 1965 op zijn manier orde op zaken stellen.
Een jaar eerder, april 1964, waren in het noordoosten de Simba’s in opstand gekomen. In het nieuwe Congo wilden zij meer rechten en autonomie. De rebellen kregen een groot gebied in handen, met als centrum Stanleyville, het huidige Kisangani. Om bij de regering concessies af te dwingen, namen zij naast Congolezen ook buitenlanders in gijzeling: planters, zakenlieden, en ook ruim dertig Belgische en Nederlandse missionarissen.
Algemeen werd aangenomen dat de gijzelaars uitsluitend als pressiemiddel dienden, en dat tegen henzelf, betrekkelijk onschuldig immers, geen geweld zou worden gebruikt. Maar de onderhandelingen tussen de Belgische autoriteiten en de rebellen liepen op niets uit. In november gingen de Belgen, samen met het Congolese regeringsleger, Amerikanen en door bedrijven betaalde huurlingen, in het offensief tegen de rebellen. Daarbij werd echter alleen Stanleyville veroverd, c.q. bevrijd; de rest van het gebied bleef in handen van de rebellen.
31 Missionarissen, onder wie dertien Nederlanders, bleven in gijzeling. Zij werden zes maanden later afgeslacht. Vijf paters en broeders waren afkomstig uit het klooster van de Kruisheren in Uden, Noord-Brabant.
In Andere tijden komt een aantal overlevenden die daar hun oude dag doorbrengen, aan het woord.
Bij de overlevenden en nabestaanden zijn de wonden nooit geheeld. Er is dan ook geen zinnige verklaring voor de behandeling van de missionarissen (soms moesten ze executies bijwonen) en de moordpartij (ze werden ontkleed en op verschillende manieren afgemaakt). Sommige rebellen hadden zelfs bij de paters in de klas gezeten. Het leven van een aantal zusters werd gespaard. Zij werden een maand later door huurlingen bevrijd. Overigens keerden in 1967 alle zusters en broeders die het overleefd hadden terug naar Congo om daar hun werk voort te zetten.
Godfried van Run: ‘Ja, het is een dramatisch verhaal. De hamvraag is natuurlijk: waarom niet geprobeerd om de missionarissen te bevrijden?
Wisten de Belgen waar ze zaten en hoeveel rebellen er waren? Kon de actie niet via de enige openbare weg worden uitgevoerd omdat de bevrijders dan al van ver konden worden getraceerd? Werden er geen parachutisten ingezet omdat de bevrijde gijzelaars dan niet door de lucht in veiligheid konden worden gebracht?
Kortom, problemen van logistieke aard. De missionarissen werden het slachtoffer van de omstandigheden. Etienne Davignon, kabinetschef van de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse zaken Spaak, zegt het in de uitzending als volgt: ‘Ze waren op de verkeerde tijd op de verkeerde plek.’ Dat er doden vielen en mensen in de steek waren gelaten, zit hem nog steeds hoog. Het was de moeilijkste beslissing uit zijn loopbaan.’
Maarten van Bracht (in VPRO-gids nr. 40)
Andere tijden
Nederland 2, 20.55-21.30 uur
www.anderetijden.nl




