Nederland zonder religieuzen


Ziekenzaal van de barmhartige zusters van de Heilige Carolus Borromeus

Het is moeilijk voor te stellen hoe Nederland er zonder religieuzen uit zou hebben gezien. De groei van het aantal zusters, broeders en paters in ons land liep gelijk op met de opkomst van de industriële samenleving, vanaf het einde van de negentiende eeuw. In die tijd trokken grote groepen mensen van het platteland naar de steden, waar ze vaak hard moesten werken in erbarmelijke omstandigheden. Scholen waren er nauwelijks, de ziekenzorg was zeer primitief, de kindersterfte was hoog.

Zuster!

Ruim een halve eeuw later was die situatie sterk veranderd. Zeker tot de Tweede Wereldoorlog was het grootste deel van de ziekenzorg in handen van vrouwelijke religieuzen. Niet voor niets worden vrouwelijke verpleegkundigen ook nu nog vaak aangesproken als 'zuster', en hun mannelijke collega's als 'broeder'.

De wijkverpleegkunde werd zo'n beetje uitgevonden door religieuze zusters. Het werk van deze pioniersvrouwen speelde een grote rol bij het terugdringen van de zuigelingensterfte en het uitbannen van TBC.


Een zuster Augustines van Sint Monica als sociaal werkster

Ook in het onderwijs speelden religieuzen een grote rol. Tot ongeveer 1960 was zeker de helft van het lager onderwijs in handen van zusters, broeders en paters. Een groot deel van het middelbaar onderwijs was gesticht door religieuze instituten.

Ideale werkers

De samenleving moest beter worden en er waren haast geen betere werkers te vinden dan zusters, broeders en paters. Dat gold overigens niet alleen voor Nederland, in de loop van de twintigste eeuw gingen er ook duizenden religieuzen uit ons land 'naar de missie'. Ons kleine land was in die tijd zelfs de grootste leverancier ter wereld van deze vroege ontwikkelingswerkers.


Een broeder van Amsterdam oefent praten met een doofstom kind

Religieuzen waren ideale werkers: ze mochten geen eigen loon ontvangen en waren dus goedkoop, ze waren zeer plichtsgetrouw, altijd beschikbaar (flexibel heet dat tegenwoordig) en hadden door hun geloof vaak een grote motivatie om het werk te doen. Bovendien waren hun organisaties, de congregaties en orden, bereid en in staat om financiële risico's te lopen door scholen of ziekenhuizen te bouwen.

Roofbouw

In veel gevallen werd roofbouw gepleegd op die ideale werkers. Van het harde werken en de strenge discipline raakten velen burnout, of verloren het heilige vuur. Toen in de jaren zestig de teugels in de samenleving losser gingen, gaven veel zusters, broeders en paters hun leven als religieus op. Dat viel samen met de tijd waarin onderwijs, zorg en sociaal werk werden overgenomen door overheden.

Maar er bleven ook veel religieuzen aan de slag. In deze rubriek leest u een aantal voorbeelden van geëngageerde vrouwen en mannen van nu.