Catharinadag 2013
 

Stichting Christine de Pisan organiseert jaarlijks een bijeenkomst rond een actueel thema. De zogenoemde Catharinadag, die dit jaar voor de elfde keer is georganiseerd, vond plaats op 21 november 2013.

ZIe onderstaaand een impressie


 
De kerk in Fransum, cover boek van David Vann en cover van biografie over Vasalis

Catharinadag 2013

In het klooster van de Zusters van de Choorstraat vond op 21 november de elfde Catharinadag plaats. De organisatie van deze dag, stichting Christine de Pisan, had dit keer gekozen voor het thema ‘Woorden zoeken voor het Mysterie’. Na het welkom door dagvoorzitter zuster Tarcies Wijngaard sprak Maaike Meijer over de stilte van Vasalis. Vervolgens las Otto Stephanus Lankhorst van het Erfgoedcentrum Kloosterleven een fraaie selectie religieuze gedichten voor. In haar lezing bracht Liesbeth Eugelink parallellen aan het licht tussen de poëzie van Vasalis en het proza van David Vann. Maaike Meijer kwam op het idee om het werk van Vasalis vanuit het kader van de mystiek te lezen, omdat er in Vasalis’ gedichten vaak een wending zit, die expliciet gecreëerd wordt met woorden als plots, plotseling, dan, opeens, ineens. Vaak markeren die woorden de overgang naar een andere realiteitservaring, dwars door het gewone kijken dringt zich een andere blik op. Onderstaand een samenvatting van de lezing van Maaike Meijer.

Mystiek is een intrigerend fenomeen: het is een onthutsende werkelijkheidsbeleving waarbij men het gevoel heeft ineens een diepe waarheid te zien - God of het Zijn zelf te zien bijvoorbeeld - die echter niet gebonden is aan een bepaalde religie, hoewel religieuze stelsels er zeker een voedingsbodem voor zijn. Vasalis was niet gelovig, haar ouders waren idealistische socialisten en gekant tegen godsdienst. Vasalis kon zelf het bestaan van enige God niet aannemen, maar was wel gefascineerd door authentieke gelovigen. Een transcendente dimensie manifesteerde zich aan haar, maar ze beschikte niet over de conventionele uitdrukkingen daarvoor. Poëzie was haar voertuig om deze moeilijk uit te drukken ervaringen in onder te brengen.

Ontwikkeling

Het is een boeiende vraag hoe de mystiek zich in Vasalis’ werk ontwikkelt. De mystieke gedichten hebben zich haar hele dichterschap door - tot en met 1954 - doen gelden. De jonge Vasalis wordt in het werkelijke leven getroffen door mystieke ervaringen, sinds de jaren dat zij in Leiden is gaan studeren. Ze herkent ze dan geleidelijkaan steeds beter, zonder dan al te beschikken over een uitgebreide cultuurhistorische kennis waardoor ze die ervaringen kan vergelijken met die van befaamde mystici als Ruusbroec, Hadewijch of Johannes van het Kruis. Ze specialiseert zich tot psychiater omdat ze geintrigeerd raakt door de bewustzijnsinhouden van geesteszieken. Wat haar drijft is evenzeer empathie met het lijden van geesteszieken, alsook interesse in de inhoud van hun wanen en angsten. Ook dromen boeien haar. Haar belangstelling voor andere bewustzijnstoestanden doet haar in de jaren vijftig al alles lezen wat ze daarover te pakken kan krijgen – van Aldous Huxley The Doors of Perception, tot en met (later) het cultboek van Carlos Castenada, The Teachings of Don Juan. Een brede cultuurhistorische kennis over mystiek komt daar vanaf de jaren zestig bij. Ze correspondeert erover met Gerard Reve in de tijd dat hij zich bekeert en polemiseert met Rudy Kousbroek. Vasalis meent dat de kenvormen die gegeven zijn met magisch denken, met openbaringen en met dromen evenzeer belangrijke vormen van kennen zijn. Oudere vormen weliswaar, die echter volgens haar in het menselijk bewustzijn nog niets van hun kracht hebben verloren. Rationaliteit is voor haar slechts één vorm van kennen. Vasalis is van mening dat reflectie de beleving doodt en zij wil altijd alleen maar ‘kersvers’. Haar kennis van de mystiek is daarom in haar ogen maar een armzalig substituut voor de ervaringen zelf. Mystieke gewaarwordingen hebben Vasalis in het leven steeds begeleid. Ze maken haar altijd uitermate gelukkig en die ervaringen zijn een belangrijke bron voor haar poëzie. Een in haar ogen gelukt gedicht is een continuering van de verhoogde stemming waaraan het ontspringt. Maar het transformeren van deze ervaring tot poëzie lukt steeds minder, tot haar verdriet.

De oude kustlijn

In de nagelaten bundel De oude kustlijn is dan ook maar één echt mystiek gedicht te vinden, namelijk ‘Een witte ochtend, eerste dooi.’

Een witte ochtend, eerste dooi
de lucht wit-grijs, egaal gespreid
en aan de lange horizon
welt nu een witte zon.

Geen wind, beweging of geluid.
Er botten waterdruppels uit:
aan iedre tak en iedre struik
zijn knoppen licht.

Een hartstochtloze en totale aanwezigheid
maakt zich nu kenbaar en het is
of in een diepe adempauze van de tijd,
dichtbij, een pasgeboren kind
zich stil, volmaakt en ademend bevindt.

                                                           (OK p 37)

In strofe 2 is sprake van een interessante beeldspraak via een logische verwisseling. ‘Er botten waterdruppels uit’ kan letterlijk gezien niet: knoppen kunnen uitbotten, maar de waterdruppels zijn hier als knoppen, die het licht vangen: knoppen licht. Daar begint de ontregeling van de gewone werkelijkheidsbeleving. Dat is een licht-ervaring die de toegang opent tot de openbaring, in de derde strofe. Ook de totale stilte – ‘Geen wind, beweging of geluid’- heeft al aangekondigd dat er iets te gebeuren staat. Dat de ‘hartstochteloze en totale aanwezigheid’ zich kenbaar maakt, dus een wil van zichzelf lijkt te hebben, tekent de  passiviteit van deze ervaring. De ‘ik’ zoekt hem niet, maar wordt erdoor getroffen. De tijd staat stil – ‘een diepe adempauze van de tijd’. Dit is een tijdloos nu-moment. Het blijft en raadsel wat zich nu precies heeft geopenbaard: wat is een ‘hartstochtloze en totale aanwezigheid’? Hartstochtloos impliceert dat datgene wat zich openbaart geen enkel streven of willen bezit. Het hoeft niets te willen, want het is al totaal. Het is Alles. Het Is. Hier lijkt zeker een ken-ervaring in het geding te zijn. Er vindt iets plaats, er openbaart zich iets dat de gelovige God zou kunnen noemen, maar dat doet Vasalis niet. Zij kan deze geheimzinnige entiteit alleen maar via een vergelijking – met het volmaakte pasgeboren kind – benaderen. In dat laatste beeld zit ook een element van schepping, alsof we aanwezig zijn op de eerste scheppingsdag. Ook de eerste strofe suggereert een nieuw begin, de eerste dooi na de vorst, de zonsopgang. Door ‘Een witte ochtend, eerste dooi’ als een mystiek gedicht te lezen kun je het gedicht ermee uitvouwen en op een verrijkte manier tot je laten doordringen.

Vasalis bleef tot het einde van haar leven en werk verlangen om gedichten te schrijven die ontsproten aan de ervaringen van een onbekende realiteit die haar - gevraagd en ongevraagd - overkwamen. Het soms verlichte, dan weer angstwekkende ‘anderszijnde Zijn’ beschreef ze, zocht ze, vond ze, kende ze.

Meer daarover in de Vasalis-biografie.