Slow food op het Brabantse land
In gesprek met Nella van der Jagt en Sid Bachrach
Vijfentwintig jaar geleden stichtten Nella van der Jagt en Sid Bachrach vredescentrum ‘de Weyst’ in het voormalige klooster van de Kapucijnen te Handel. Zij hadden al een avontuurlijk leven achter de rug, voordat ze in Handel neer streken. Nella komt uit een gereformeerd nest in Rotterdam, Sid - van huis uit joods-liberaal - is geboren in Pennsylvania/USA. De twee kregen begin jaren tachtig een relatie in Jeruzalem. Nella werkte er als verpleegster voor terminale kankerpatiënten. Sid was verbonden aan een middelbare school en actief in de Israëlische vredesbeweging ‘Vrede nu!’. Nella en Sid trouwden en in Israël werden hun – inmiddels volwassen – kinderen geboren. Maar toen Israël in 1982 Libanon binnenviel en een bloedbad aanrichtte in de Palestijnse vluchtelingenkampen wilden ze weg. Zij vestigden zich in Nederland, waar zij op zoek gingen naar een gebouw om een Gandhiaanse leefgemeenschap op te richten. Hun oog viel op het klooster te Handel dat de kapucijnen vanwege toenemende vergrijzing wilden afstoten. Het grote complex vergt veel onderhoud en dat geldt ook voor de moestuin, de bomen en de kassen. Gelukkig zijn er veel vrijwilligers, die regelmatig een handje toesteken. Daarnaast werkt de Weyst sinds 1992 samen met Reclassering en Kinderbescherming. Mensen ondergaan een taakstraf door allerlei klussen in het klooster en de biologische kloostertuin op te knappen. Vaak zijn het echte vakmensen, vertelt Sid. Dank zij een van hen is nu bijvoorbeeld ons hele gastenverblijf voorzien van rookmelders.
Leven vanuit idealen
Nella: De leefwijze die wij nastreven heeft z’n oorsprong in de geweldloosheid. Onze voorbeelden en inspiratiebronnen zijn Gandhi en Franciscus. Wij willen eenvoudig leven met respect voor de natuur en in vredelievendheid. Ons doel was en is nog steeds een vredes- en ecologisch centrum te zijn. Om financieel onafhankelijk en zelfvoorzienend te zijn hebben beiden gewoon een baan buitenshuis. Nella werkt in de wijkverpleging en Sid heeft een baan als docent op de Internationale School in Eindhoven. De Weyst is een stichting zonder winstoogmerk en zonder loonlasten. Trots zegt Nella: We leven vanuit de idealen en niet van de idealen. Daarom leven we in eenvoud met de seizoenen en letten bewust op wat we eten en drinken. We willen niet teveel bezitten en streven naar ‘consuminderen’ in plaats van consumeren, want zoals Gandhi zei: ‘Er is genoeg voor ieders behoeft, maar niet genoeg voor ieders hebzucht.’
De dagelijkse inspiratie ontlenen Nella en Sid nog steeds aan Gandhi en Franciscus. Door dagelijkse yogaoefeningen en meditatie trainen zij hun wil en doorzettingsvermogen. Naast het werk buitenshuis hebben ze vrijwel vanaf het begin het huis opengesteld voor medebewoners, voor gasten en groepen. Jaarlijks komen er honderden mensen over de vloer, vanuit allerlei richtingen en achtergronden, ook internationaal. Hierdoor ontstonden contacten met mensen uit de Filippijnen, Zuid Afrika, Zuid Amerika, India tot Rusland. In de loop der jaren kwamen er ook andere groepen voor weekend retraites, zoals koren, dans- en meditatiegroepen en yogagroepen.
Slow food en groene energie
De Weyst is nu een centrum dat accommodatie biedt aan groepen, die komen om te mediteren, te dansen of te zingen. Er wordt vegetarisch gekookt met biologische producten uit eigen tuin, die ook verkocht worden. Aanvankelijk hadden Nella en Sid weinig verstand van tuinbouw, maar dankzij een leerstage en gewoon al doende kwam daar verandering in. Ze leerden bijen en kippen te houden en nu verbouwen ze praktisch alles. De biologische tuin werd gaandeweg een belangrijk project. Ze respecteren de aarde en bespuiten de gewassen dus niet. Sid bakt brood in de op hout gestookte oven en Nella maakt zelf jam. In de zomer komen veel dagjesmensen vanuit de omliggende campings om die eigengemaakte lekkernijen te proeven. Nella en Sid hechten aan seizoensgebonden voeding en regionale producten, zij vertegenwoordigen de slow food - oftewel langzaam voedsel - beweging. Nella: We zijn steeds meer vervreemd geraakt van ons voedsel. ’s Winters eten we Braziliaanse aardbeien, voor onze sojaproducten moeten hectares regenwoud worden gekapt en we importeren grote hoeveelheden citrusvruchten. Maar voor onze broodnodige vitamientjes zijn we echt niet uitsluitend aangewezen op exotische vruchten. Zuurkool heeft bijvoorbeeld ook een hoog vitamine C gehalte. Vaak ontdekken mensen bij ons ‘nieuwe’ groenten zoals topinamboer (aardpeer). Sommige groenten, zoals bijvoorbeeld rauwe bieten, zijn helemaal verdwenen uit de schappen in de supermarkt. Hier ruikt het nog lekker naar eten. In de winkels ligt alles kant en klaar en zijn er veel kunstmatige toevoegingen om de houdbaarheid te verlengen en de smaak te bevorderen. Men realiseert zich onvoldoende dat die toevoegingen ziekmakend kunnen zijn.
Nella en Sid’s jongste zoon Asher is kok. Hij wil in de voetsporen van zijn ouders treden. Daartoe volgt hij momenteel een universitaire opleiding in Parma, die hem zal inwijden in de finesses van slow food. De Nederlandse jongeren-tak van de Slowfood-beweging, opgericht door Samuel Levie (Youth Food Movement -YFM), was in januari te gast in De Weyst. Dat was een buitengewoon inspirerend samenzijn.
Nog steeds zoeken Nella en Sid naar manieren om De Weyst nog duurzamer te maken. De centrale verwarming in het klooster wordt niet meer gestookt op olie, maar op hout. Dat betekent een enorme besparing aan brandstof. Het op peil houden van de houtvoorraad in de kelder is natuurlijk wel een arbeidsintensieve klus. Sinds vorig jaar produceren zij groene energie dankzij de installatie van in totaal 38 zonnepanelen op het dak van de werkgebouwen. Stel je voor zegt Nella Als iedereen in Handel panelen op het dak zou hebben dan zou het hele dorp zelfvoorzienend kunnen zijn. Dat willen de elektriciteitsbedrijven natuurlijk niet. Op het Brabantse land vormt de leefwijze van Nella en Sid een tastbare getuigenis dat het ook anders kan: leven in verbondenheid en met respect voor anderen. Zo dragen zij de franciscaanse traditie verder.
Gemeenschap de Weyst, Pater Petrusstraat 21,5423 SV Handel. T: 0492-321475, www.deweyst.tk. Dagelijkse verkoop van verse groenten en seizoensfruit. www.slowfood.nl
Binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling van Sid Bachrach’s boek Stories of the Creation (from Aleph to Tav) onder de titel Als een vlieg op de muur. Dit boek is de oogst van zijn levenslange Vredes- en interreligieuze werk. Het is geworteld in de Kabbalistische traditie en gebaseerd op authentieke legendes uit de joodse traditie.
Duurzaam voedsel
In gesprek met dhr Ed Smolders
De heer Smolders is directeur-bestuurder van Kerkelijke Instelling Erfgoed Glorieux, een kerkelijke instelling die nauw verweven is met de Zusters van Barmhartigheid (Ronse). De hoofdlocatie is het Zorgpark Glorieux in Eindhoven. Hij heeft de dagelijkse leiding over 70 personeelsleden, die met elkaar zorg dragen voor 130 personen, religieuzen en niet-religieuzen. Hij is overtuigd vegetariër en vertelt in deze bijdrage waarom hij zich daar beter bij voelt.
Struisvogelpolitiek
De heer Smolders is sinds circa acht jaar vegetariër en ook zijn gezinsleden consumeren geen vlees. Alleen de hond heb ik nog niet weten te overtuigen, zegt hij met een brede grijns. Dhr Smolders: Eigenlijk is het geleidelijk gegaan. Ik kook heel graag en ben nogal Bourgondisch aangelegd. Mijn vader was boer, transporteur en paardenhandelaar en zelf heb ik altijd dieren gehad (duiven, kippen, honden en nog veel meer). Als dierenliefhebber ga je steeds meer nadenken over het leed dat hun wordt aangedaan. Ik ben niet kleinzielig, heb zelf ook allerlei dieren uit hun lijden verlost en geslacht, maar zoals er nu met dieren wordt omgesprongen vind ik stuitend. Het is een verborgen industrie; er gebeurt van alles achter gesloten staldeuren. Bij de promotie van vlees worden die praktijken verdoezeld. Dieren zijn een commodity geworden; hun vlees is een vervormd produkt, dat tegen afbraakprijzen aan de man of de vrouw wordt gebracht. Het gebeurt respectloos en dat geldt voor alle onderdelen van het proces, zoals het toedienen van groeiverbeteraars en het snelle massatransport. Er vindt zoveel verspilling plaats. Denk bijvoorbeeld aan die gezellige barbecues, waarbij men gemiddeld rekent op vijf stukken vlees per persoon. Tachtig gram vlees per persoon is ruimschoots voldoende. Er wordt dus ook na afloop meestal veel weggegooid. Als we eerlijk zouden zijn, dan zouden de leerlingen van een basisschool elk jaar een keertje op excursie naar het slachthuis moeten gaan. Maar dat gebeurt natuurlijk niet, want dat is te schokkend !! Vroeger stond ‘varken-Harrie’ aan de achterdeur en gebeurde het slachten op de boerenbedrijven zelf. Als kind had je daardoor een veel meer directe band met dieren. Die dieren waren individuen, zeker koeien hadden namen. Maar nu met die intensieve bio-industrie worden dieren massaal ziek: Q-koorts, varkenspest, gekkekoeienziekte, de vogelgriep. Dieren zijn tegenwoordig min of meer inwisselbaar en hun waarde wordt primair in euro’s uitgedrukt. Er is een markt gecreëerd voor geitenkaas en daarom zijn Brabantse boeren ineens zoveel geiten gaan fokken. Veel varkensboeren zijn na het drama van de varkenspest overgestapt op paling. De respectloze omgang met dieren, de enorme verspilling en de gevoerde struisvogelpolitiek, waardoor verborgen blijft hoe wij feitelijk met dieren omgaan, zit me heel hoog. Vandaar mijn conclusie om niet meer mee te doen aan deze vorm van massaal misbruik. Voor de boeren en de dieren is het veel slechter geworden. Misschien ga ik op den duur ook nog wel afstand doen van melkproducten, dan ben ik van vegetariër tot veganist geworden.
Glorieux
Voorafgaand aan zijn huidige functie was dhr Smolders directeur bij de St Anna zorggroep en had hij te maken met een ziekenhuis, een verpleeghuis en drie woonzorgcentra. Hij vindt het een verademing om nu bij de zusters te werken: Zij zijn heel loyaal aan het groepsbelang. Al geruime tijd is er in bijna alle gebouwen werk in uitvoering. Bovendien zijn alle onderdelen van de organisatie in verandering. Maar je zult de zusters niet horen mopperen. Alle processen kunnen snel worden doorgevoerd, omdat er geen draagvlak gecreëerd hoeft te worden. Dat is er namelijk al. De zusters van Barmhartigheid (Ronse) hebben de voorbije periode hard nagedacht over de toekomst voor hun erfgoed. Mede als gevolg van de inrichting van de kerkelijke instelling Erfgoed Glorieux is er een proces op gang gekomen van strategische heroriëntatie. Dat is te vergelijken met het opvolgingsproces in een familiebedrijf. De erfgoedinstelling heeft twee opdrachten: het zorgen voor de zusters en het voortzetten van de goede werken. Daartoe is het van belang om kennis te hebben van de waarden van de zusters. Om die kennis in alle geledingen van onze organisatie bij de mensen te brengen vindt er ieder kwartaal overleg van de sleutelfiguren plaats. De zusters wisselen van gedachten met de leidinggevenden ‘op de hei’ en daarin is er ruimte voor herbronning. We vragen de zusters waarom ze een bepaalde keuze hebben gemaakt en wat zij nu zouden doen als ze het nog zouden kunnen. De waarden van de zusters zijn richtinggevend voor het uitstippelen van toekomstplannen. Zij spreken hun voorkeuren uit ten aanzien van de doelgroepen en projecten, die wij hier graag ruimte willen bieden. Het respectvol omgaan met de schepping, de discussie over duurzaamheid is een belangrijk aspect in dat overleg. Dat kan tot uiting komen in hoe we bouwen, hoe we omgaan met energie, afval en met maaltijdvoorzieningen. Uiteraard stuit je daarbij ook op weerstanden en praktische bezwaren. Ik probeer hier niemand te bekeren en de vasthoudende carnivoren onder ons mogen er ook zijn. Maar vorig najaar stelde ik dat het toch heel vreemd zou zijn om op Werelddierendag een dier op te eten. Toen heb ik op 4 oktober meegekookt en een vegetarisch menu aangeboden. Linzenmoussaka vormde een van de gerechten en de zusters hebben er van genoten. Zij raakten ook enthousiast voor het project van de ezels van Bethlehem, dat op diezelfde dag gepresenteerd werd. Ezels vormen een belangrijk middel van transport in het gehele Middellandse Zeegebied, maar als ze een poot breken worden ze langs de kant van de weg gezet. Waar het slecht gaat met mensen gaat het met de dieren nog veel slechter. Daarom hebben de zusters besloten dit project te steunen.
De zusters hebben geloften afgelegd en zij zijn gevormd in het spaarzaam omspringen met schaarse middelen. Maar sinds de instelling van Kloosterbejaardenoorden (in 1974) is er toch iets vreemds gebeurd, juist vanuit die sobere instelling. De komst van de KBO’s en de overheidsfinanciering betekende meer lekenpersoneel. Daardoor was er minder dan voorheen sprake van een centraal gestuurde organisatie, hetgeen veelal tot inefficiënte, meer op het individu gerichte oplossingen leidde. Zo wordt er qua bewassing relatief veel zelf gedaan en dat is omslachtig en duur. In verzorgingshuizen wordt een grote keuze-vrijheid geboden voor maaltijden. Dat heeft tot gevolg dat er veel voedseloverschotten zijn. Ik zie het als mijn taak om de mensen hier bedrijfseconomisch inzicht te bieden, hen te laten zien op welke manier ze deel uitmaken van een groter proces. De meeste zusters zijn nooit bezig geweest met geldzaken; alleen de leiding hield zich daar mee bezig. We gaan dit jaar gaan onze mondiale voetafdruk berekenen. De provinciale raad heeft al besloten dat we binnenkort structureel een maal per week vegetarisch eten. Dat scheelt al in de CO2 uitstoot. Helaas is het onmogelijk om in alle opzichten duurzaam te wonen, te werken en te leven. Maar alle beetjes helpen en dat is bemoedigend.
http://www.wspa.nl
http://www.voetenbank.nl/
De menselijke maat doet ook varkens goed
Dom Malachias Huijink ocso, de abt van de Cisterciënser Abdij Lilbosch vertelt waarom zijn gemeenschap zich op de kloosterboerderij mede heeft toegelegd op de zorg voor scharrelvarkens en hoe deze inzet zich verhoudt tot de spiritualiteit van de Cisterciënzers.
Limburgs varken
Voorheen zorgden de monniken voor runderen, maar een crisis in 1992 luidde het definitieve einde van de koestal in. Na de val van de muur haalden Limburgse veehandelaren uit de omgeving van de abdij namelijk goedkope koeien uit Oost-Europa. Zij bleken besmet met abortus bang, een ziekte die werd overgedragen op de koeien van de abdij, die toen ook geruimd moesten worden. Hierna besloten de monniken om geen volledige stal meer op te bouwen. Br Malachias: We behielden tien koeien voor eigen gebruik en voorzagen op die manier in de behoeften van de broeders aan melk, kaas en yoghurt. Daarnaast gingen we op zoek naar een activiteit, die zowel inkomsten als zinvolle arbeid voor mensen zou kunnen bieden. De zorg voor dieren biedt de mogelijkheid om de persoonlijke verbondenheid met de natuur te ervaren. We kozen voor een kleinschalige, ambachtelijke stal met scharrelvarkens, die door twee mensen goed verzorgd kunnen worden. Ongeveer tien jaar geleden kregen we plotseling van twee kanten vragen voorgelegd. Albert Heijn vroeg via onze voederleverancier om mee te helpen aan het in de markt zetten van het kloostervarken. Daar zijn we niet op in gegaan, omdat we voorzagen dat onze eigenheid ondergesneeuwd zou raken. Nagenoeg tegelijkertijd kwamen we in contact met enkele Limburgse boeren, die op een andere manier varkens wilden houden. Dat was het begin van ons LiVar- concept waarvoor onze abdij als steunpunt fungeert. Livar is een afkorting van Limburgs varken. Omdat we niet in ons eentje kunnen voldoen aan de vraag naar dit type varken helpen Limburgse boeren mee met de realisering hiervan. Maar ook op de andere locaties zijn onze normen bepalend voor de erkenning als kloostervarken. Het gaat onder meer om kleinschaligheid en om het werken met dieren op een wijze, die verbondenheid geeft.
Duurzaamheid
Br Malachias: Duurzaamheid omvat zoveel facetten, dat die vaak niet tegelijk kunnen worden rechtgedaan en soms zelfs tegenstrijdig zijn. Dat geldt ook voor de omgang met dieren en voor onze varkensstal. Onze eerste insteek is: recht doen aan het dier, diervriendelijk optreden en daarmee de eigenheid van het dier respecteren. Onze varkens liggen binnen op stro, en kunnen naar buiten om lekker in het gras te wroeten. Die vrije uitloop kost energie, daardoor hebben de varkens een tragere groeicurve. Wij willen echter niet, dat hun groei kunstmatig wordt opgestuwd, hetgeen in de reguliere varkenshouderij wél heel gewoon is. Onze varkens krijgen geen bedenkelijke reststoffen voorgezet, maar kwalitatief hoogwaardig voer mede op basis van onze eigen ecologische granen. Livar-varkens zijn de nakomelingen van oude varkensrassen met hun eigen vet-vleesverhouding. Dankzij de context waarin Livar-varkens leven, lijkt hun vlees qua structuur en smaak op dat van wilde zwijnen. We willen niet verder groeien dan 150 varkens om zodoende de menselijke maat te kunnen respecteren. We zien varkens niet enkel als produktiemiddel, maar het gaat ons ook om de verbondenheid van mens en dier, die onze arbeid vreugdevol maakt. Een monastieke levenswijze betekent dat je niets zelfwilt hebben: geen privébezit, geen eigen wijsheid of eigenwilligheid. Dat maakt je vrijer ten opzichte van de dwang en verblinding die van geld en geldelijk gewin uitgaan. Geld wakkert de verleiding van toe-eigening aan en dat leidt tot een spiraal van behoeften die nimmer volledig bevredigd worden. Het niet nastreven van toe-eigening is de benedictijnse vorm van armoede-beleving. We oefenen ons in het hebben van oog en hart voor de intrinsieke schoonheid en de eigenheid van het varken, dat je gegeven is om er samen mee op te trekken. Dat natuurlijke erfgoed mag niet uitgeput of tot een productiemiddel versmald worden. Wanneer je je dat realiseert en je ernaar leeft, dan ontvouwt zich een waaier aan ongekende spirituele rijkdommen.
Vegetarisch leven
Br Malachias: Tegelijkertijd leven we in een wonderlijke spagaat, want onze orde is al eeuwenlang vegetarisch. In onze gemeenschap willen we graag bewust de dag door in God’s tegenwoordigheid leven. Hiervoor is licht verteerbaar voedsel nodig en juist geen vlees. Vleesconsumptie vergt veel inspanning van de spijsverteringsorganen en daardoor vermindert de waakzaamheid van hart en geest. Bovendien staat vlees in zekere zin op gespannen voet met de kloosterlijke armoede. Vlees is een luxe-goed en vroeger was het eten daarvan dan ook exclusief voorbehouden aan de rijken. De bio-industrie bracht het eten van vlees binnen het bereik van brede lagen van de bevolking. Maar de productie van een kilo vlees kost veel meer energie dan de productie van een kilo plantaardige voeding en betekent dus een verspilling van voedingsstoffen. We streven ernaar om recht te doen aan een Schepping, waarin Gerechtigheid en Vrede zegevieren, maar zijn er ons ten volle van bewust dat we niet alles loepzuiver kunnen waarmaken. Zo produceren onze varkens ammoniak (NH3) en dat vormt een aanslag op het milieu. In de dichte varkensstallen van de bio-industrie kun je die ammoniak opvangen en filteren, maar bij buiten scharrelende varkens natuurlijk niet. Dat veroorzaakt een spanning die hier ook gevoeld wordt. En - nog zo’n spagaat - we weten dat de suikerbieten die wij hier verbouwen ten koste gaan van rietsuikerproducenten. Het is niet reëel te menen dat je hier helemaal aan zou kunnen ontkomen. We weten het, we durven het te zien en we durven er aan te lijden.
Een uitgebreidere versie van dit verhaal vindt u hier




