50 jaar Congo
KINSHASA - Congolese studenten zijn optimistisch
Op 30 juni 1960 is in Kinshasa de onafhankelijkheid van Congo afgekondigd. Na de voorziene koloniaal getinte toespraken van koning Boudewijn van België en president Kasavubu van Congo, nam premier Patrice Lumumba onverwachts het woord: Wij zijn trots dat we die strijd met tranen, vuur en bloed gestreden hebben. De Congolese republiek is nu afgekondigd en ons land is in handen van haar eigen kinderen. Samen beginnen we nu een nieuwe strijd, een verheven strijd die ons vrede, welvaart en aanzien zal brengen. Helaas kreeg Lumumba hiertoe niet de kans van België en de Verenigde Staten, hij werd vermoord.
Achthonderd studenten van 11 Congolese universiteiten kregen ieder een omvangrijke vragenlijst voorgelegd over 50 jaar Congo door het Universitair Centrum voor Vredesonderzoek en Strategische Studies in Leuven. Een korte samenvatting van de bevindingen.
“De belangrijkste conclusie is dat Congo in de ogen van de eigen jonge intelligentsia langzaam, maar zeker een bocht aan het nemen is, en in de richting van een stabiele, welvarende staat kan evolueren. Onze respondenten waren echter geen naïeve dromers, ze zijn niet blind voor de tekorten van de huidige toestand, en als er eens wat ten goede verandert, gaat het in hun ogen veel te langzaam. Maar het belet niet dat de overwegende houding er een is van vastberadenheid om de situatie te veranderen. Meer dan 80% verwacht dat Congo over 20 tot 25 jaar een veilig en welvarend land zal zijn. Eenvoudig te realiseren is dat niet: de 5 werken in uitvoering van president Joseph Kabila moeten uitgevoerd worden, de bewustwording dat het anders kan moet wortel schieten, de natuurlijke rijkdommen moeten verstandig beheerd worden, negatieve buitenlandse interventies moeten stoppen enz. Belangrijk is ook de oorlogsmoeheid onder de studenten Echte duurzame vrede is essentieel voor de vooruitgang van het land. De Congolees wil niet langer in armoede leven bovenop een berg bodemschatten.
De ondervraagde studenten beklemtonen hun eigen unieke identiteit en die van hun land. Oorlog en armoede hebben die niet verzwakt, integendeel. Ze funderen hun identiteit eerst en vooral op hun familie en hun land, dan hun beroep, Afrika en religie, en pas daarna op hun provincie, etnische groep en taal. De studenten staan argwanend tegenover de internationale omgeving en mogelijke invloed daarvan op de ontwikkeling van duurzame vrede voor hun land. Vooral Rwanda, Oeganda en in mindere mate Burundi spelen in hun ogen een destabiliserende rol. Waardering gaat vooral uit naar China, dan Frankrijk, dan België. Wat de internationale organisaties betreft, doet de Wereldgezondheidsorganisatie degelijk werk, terwijl de Wereldhandelsorganisatie de laagste score krijgt. Internationale donoren zijn in de ogen van de studenten eerst en vooral gericht op eigenbelang. Congolezen willen het zelf beter doen, ze willen geen betutteling van buiten.”
(Bron: www.dewereldmorgen.be 30.6.10 Congolese projectcoördinator Jean Migabo Kalere)




