Echo colloquium over de financiële kanten van het religieuze leven

Gepubliceerd op: 20-12-2016 om 17:22 door Marieke Smulders. Bron: stichting Echo

CUIJK - Vrijdag 9 december j.l. ging het tweejaarlijks colloquium van Stichting Echo (historisch onderzoek naar Nederlandse religieuzen) over religieuzen en geldzaken. Een niet voor de hand liggend thema misschien, maar het leverde toch een aantal interessante lezingen op.

Onder de sprekers waren onder meer Rogier Moulen Janssen (secretaris Projecten In Nederland van de KNR), Hans Wennink (oud-medewerker van Porticus International) en Joost van Hest (vanuit Museum Catharijneconvent belast met de inventarisatie van kloosterlijk erfgoed in Nederland). Een zestal voordrachten gaven de toehoorders een indruk van hoe de geldstromen naar en van religieuze ordes en congregaties liepen, en nog steeds lopen.

Projecten in Nederland

Rogier Moulen Janssen, van huis uit historicus, vertelde vanuit zijn jarenlange ervaring als secretaris van de PIN niet alleen over het ontstaan van dit fonds (in 1978), maar vooral over het belang en de werkwijze ervan. De PIN richt zich op noodleniging van mensen, op vorming en toerusting, en op projecten die vernieuwend zijn voor kerk en samenleving. Ook wetenschappelijk onderzoek naar spiritualiteit van de verschillende religieuze tradities wordt door PIN ondersteund. Een van de voorbeelden uit Moulen Janssens verhaal betrof het project ‘Feest! Weet wat je viert’,  waarin basisschoolkinderen in musea door het hele land in aanraking kunnen komen met religieuze feesten en tradities. Maar bijvoorbeeld ook projecten ter ondersteuning van zeer kwetsbare groepen in de samenleving, zoals voormalige gedetineerden of illegale vluchtelingen, worden door de religieuzenfondsen van PIN gesteund. Moulen Janssen maakte duidelijk dat PIN weliswaar slechts een van meerdere fondsen is waarin geld van religieuzen omgaat, maar een heel eigen betekenis heeft omdat het laat zien welke maatschappelijke initiatieven de religieuzen steunen. Daarmee wordt duidelijk welke waarden de religieuzen tot op de dag van vandaag belangrijk vinden in onze samenleving.

Porticus

Ook spreker Hans Wennink, jarenlang medewerker van Porticus International, sprak vanuit zijn eigen praktijkervaring. Porticus werd in de jaren zeventig opgezet door de katholieke zakenfamilie Brenninkmeijer om alle liefdadigheidsfondsen en filantropische initiatieven van de Brenninkmeijers in goede banen te leiden. Wennink gunde het publiek een inkijkje in een normaalgesproken toch wat gesloten wereld. Hij vertelde over het ontstaan van de Brenninkmeijer-liefdadigheid: individuele telgen uit de familie kregen rond de ateliers, winkels en fabrieken te maken met mensen in nood die bij hen aanklopten om hulp. Lokale initiatieven groeiden uit tot grotere projecten, en in de verschillende landen waarin het kledingconcern zich vestigde, ontstonden verschillende fondsen. In de loop der jaren, maar zeker vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw, kwam de nadruk te liggen op onderwijs, vorming en toerusting. Wennink sprak over de vertrouwensband tussen de Brenninkmeijer-telgen en de Porticusmedewerkers, en over de grote betrokkenheid bij lokale projecten in verschillende missiegebieden waar religieuzen uit de familie naartoe trokken. In hun voetsporen gingen Porticusmedewerkers mee, om ter plekke filantropische initiatieven op poten te zetten. Hoewel de nieuwe, vijfde generatie Brenninkmeijers aan het einde van de twintigste eeuw de aanpak weer iets aanpaste, blijft de familie katholiek, en blijven de gesteunde doelen dat ook.

Kloosterlijk cultuurgoed

Kunsthistoricus Joost van Hest is in dienst van het Utrechtse Museum Catharijneconvent en houdt zich bezig met kloosterlijk erfgoed. Onder de titel ‘Verwerving en afstoting van kloosterlijk cultuurgoed. Een financiële meevaller?’ – dat vraagteken stond er niet voor niets – hield Van Hest een zeer verhelderend verhaal over zijn werk bij ordes en congregaties. Hij wordt ingehuurd wanneer religieuzen meer willen weten over de waarde en betekenis van hun cultuurgoed. Van Hest bekijkt de inboedel van de kloosters – van liturgische kleding tot heiligenbeelden – en geeft aan wat volgens hem van waarde is. Meestal volgt daarop ook een advies tot herbestemming. We leven immers in een tijd van talloze kloostersluitingen, en religieuzen zitten met de vraag wat er moet gebeuren met het cultuurgoed waarvoor zij zelf geen bestemming meer hebben. Uit de verschillende voorbeelden die Van Hest gaf werd wel duidelijk dat het de religieuzen niet gaat om het vangen van de ‘hoofdprijs’. Het is voor hen veel belangrijker dat een gebouw of een voorwerp opnieuw wordt gebruikt in een geest die past bij de oorspronkelijke betekenis ervan. Zo waren de Augustinessen van Heemstede content met de herbestemming van zes altaarkandelaars, die terecht zijn gekomen op een altaar van een kerkje in Tanzania. Het komt ook voor, aldus Van Hest, dat hij stukken treft die van grote cultuurhistorische waarde zijn. Hij adviseert dan een overdracht aan een museum, zodat het stuk behouden blijft voor Nederland.

Echo colloquium 2016

Harry van Royen vertelt over de bierbrouwerijen

Bier als inkomstenbron

Historicus Jan Sloot sprak onder de veelzeggende titel ‘Een bodemloze put’ over de moeizame financiering van de franciscaanse missie van Papua Nieuw Guinea. De Vlaamse Harry Van Royen vertelde over de inkomsten die de trappisten in de loop der tijd kregen uit hun bierbrouwerijen. Was het brouwen van bier aanvankelijk een van de vele activiteiten, en bovendien uitsluitend gericht op de eigen consumptie, later in de twintigste eeuw veranderde dat en bleek het trappistenbier commercieel een aantrekkelijk product te zijn dat voor de nodige inkomsten kon zorgen. Van Royen liet zien hoe zeer dit overigens van abdij tot abdij verschilde, al naar gelang de lokale omstandigheden en de betrokken religieuzen.

Zakgeld

Jeroen Neus van Stichting Verhalis presenteerde een korte film – bestaand uit ruw materiaal, zeer recent nog gefilmd – over de Franciscanessen van Veghel, die vertelden over de portemonnee met gepast kleingeld die ze vroeger meekregen wanneer ze eropuit trokken of boodschappen gingen doen, en de ingrijpende veranderingen in 1968 toen ze ineens op vakantie mochten en zakgeld kregen. ‘We waren in jubelstemming!’ vertelde zuster Jacobia.

Voor de colloquiumbezoekers vormden de verschillende bijdragen een aantrekkelijk, afwisselend en interessant programma, dat zoals altijd in St. Agatha werd gelardeerd met een lekkere en royale lunch en afgesloten met een feestelijke borrel in kerstsfeer.

De verschillende bijdragen van de dag zullen overigens, zoals gebruikelijk, bewerkt worden tot artikelen. Aangevuld met enkele andere artikelen moet dit uitmonden in de volgende Echo-bundel die in 2018 zal verschijnen bij uitgeverij Verloren.